willemheijboer.reismee.nl

Brazil

Brazilië: het land van de samba en de adembenemende stranden. Het plan om hier de laatste 2 weken van mijn reis te vertoeven bleek een schot in de roos te zijn. Hoewel ik dit waarschijnlijk ook zou zeggen als ik dit land aan het begin of in het midden van mijn trip had geplaatst.. Het was in ieder geval heerlijk om 2 weken lang alleen in je zwembroek rond te lopen, een zonnebril op te hebben om nog iets te kunnen zien en een petje op te hebben om mijn teruggetrokken haargrens niet te laten verbranden. :)

De stad Florianopolis vormt de verbinding naar het eiland Ilha de Santa Catarina. Op dit eiland bevinden zich diverse kleine plaatsen en ongelooflijk veel stranden. Gedurende mijn reis had ik diverse aanbevelingen gekregen voor het Backpackers Share House dat direct aan het strand ligt aan de oostkant van het eiland. Omdat dit hostel mijn eerste nacht op het eiland volgeboekt was heb ik eerst een tussenstop gemaakt in Tucano Hostel dat in het centrum van het eiland ligt. Na een nacht oorlogvoering te hebben gehad met de muggen aldaar ben ik in de ochtend verder getrokken naar Barra da Lagoa waar Backpackers Share House is gelegen. 

Dit hostel organiseerde veel activiteiten en had ook veel kortingsaanbiedingen voor bijvoorbeeld surflessen en sandboarden. Omdat surfen op het internet mij redelijk ligt, verwachtte ik niet veel problemen met het golfsurfen. Hoewel dit iets tegenviel lukte het wel om een aantal keer te staan tijdens de eerste les. Na het surfen stond nog een voetbalwedstrijd op het programma tegen een ander hostel. Mooi om de typerende stijl van elk land te zien; de technisch vaardige Brazilianen speelden veel door de lucht, de Fransen, Denen, Engelsen en Nederlanders probeerden veel over het zand te combineren en de Ieren en Schotten verwarden het voetbal dikwijls met rugby gedurende het spel.

Op zondagavond 28 november was Tim Verschuren voor zijn vakantie vanuit de Verenigde Staten overgevlogen naar Florianopolis. Hij zou het laatste deel van mijn trip meereizen naar Rio en daarna nog naar de watervallen van Iguazu en Buenos Aires gaan. De dagen erna in “Floripa”, zoals Florianopolis kortweg wordt genoemd, hebben we nog veel gesurft, 2 tegen 2 interlands gespeeld op het strand (uiteraard hebben we met verve de nationale kleuren verdedigd) en hebben we ook het sandboarden geprobeerd waarbij je dus met een soort snowboard van een zandberg af glijdt.  In de avonduren was er ook zat te doen in het hostel. Elke avond was er om 19.30 uur “Caprinha O’clock”, waarbij iedereen in het hostel deze Braziliaanse cocktail van het huis kreeg. Vervolgens werd er ook vaak een maaltijd verzorgd in de trend van het thema van die avond. In de avonduren was er de mogelijkheid om veelal naar diverse sambafeestjes in de buurt te gaan, waardoor je jezelf eigenlijk geen moment hoefde te vervelen in dit hostel.

 

Op donderdag 2 december vertrok onze vlucht naar Rio de Janeiro om 5.30 uur in de ochtend. Via een tussenstop in Curitiba kwamen we uiteindelijk tegen 11.00 uur ’s ochtends in Rio de Janeiro aan. Na wat dagen met wisselend weer in Floripa te hebben gehad was het hier bij aankomst stralend zonnig en rond de 30 graden. We hadden hier voor het eerst vooraf al een hostel geboekt, omdat ik al diverse reizigers was tegengekomen die ook het idee hadden om Rio als afsluiting van hun reis te kiezen. Na een busreis van een uurtje kwamen we aan op de eindbestemming in de wijk Ipanema.

Op vrijdag zijn we naar de meest beroemde bezienswaardigheid van Rio gegaan: het beeld van Cristo Redentor. Hier vandaan heb je een heel mooi uitzicht over stad. Vervolgens zijn we naar het stadion Maracanã gegaan dat momenteel wordt verbouwd met het oog op het WK 2014 en de Olympische Spelen van 2016 alhier. In de avond zijn we naar de wijk Lapa gegaan wat bekend staat om het feest dat overal in straten plaats vindt op alle vrijdagavonden. 

 

De dagen daarop zijn we nog naar de stranden van Ipanema en Copacabana geweest. Hier waren de surfmogelijkheden wat minder dus hebben we vooral aan het strand gelegen en af en toe een kokosnoot besteld voor de nodige vitaminen. Op de zondagavond waren Jan en Len Tonissen, die ik eerder ook al in Buenos Aires had ontmoet, in Rio voor hun laatste avond in Zuid-Amerika. Tijdens het etentje met hen begon het dusdanig hard te regenen dat we bij de weg terug tot onze knieën in het water liepen in de straten van de Copacabana.

Na een aardige boottocht op de maandagavond langs de stranden van Rio vertrok Tim op dinsdagochtend richting de watervallen van Iguazu voor de rest van zijn vakantie. Ik ben die dag nog wat laatste presentjes voor het thuisfront gaan kopen en ’s avonds zijn we nog een laatste keer met een groep uit het hostel op pad gegaan. Op de woensdagmiddag  was voor mij dan ook het moment daar om naar het vliegveld te vertrekken voor de terugvlucht, via Madrid, naar Schiphol.

Inmiddels ben ik alweer een aantal dagen terug op Nederlandse bodem. Tijd om te acclimatiseren heb ik nog niet gehad door alle festiviteiten alhier. Wel realiseer ik me inmiddels heel goed dat ik veel geluk heb dat de omstandigheden zo waren dat ik een dergelijke reis heb kunnen maken. Daarbij ben ik gelukkig ook niet bestolen of ziek geworden. Al met al is het dus een waanzinnige reis geweest waarbij ik veel extreem mooie landschappen heb gezien en bovendien ongelooflijk veel leuke mensen heb mogen leren kennen. Nu is het tijd om om te schakelen.. 

Chau! 

River - Boca, BA y Iguazu

Hoe bereid je jezelf voor op ‘El Superclásico’? In mijn ogen kan de normale Europeaan, laat staan de nuchtere Hollander, zich niet voorbereiden op dit gekkenhuis. De rivaliteit is waarschijnlijk al vroeg in de 19de eeuw ontstaan. River Plate en Boca Juniors hebben beide hun oorsprong in de wijk ‘La Boca’. Waar Boca Juniors nog altijd thuiswedstrijden speelt in La Boca’s La Bombonera is River Plate in 1923 verhuisd naar de wijk Núnez dat in het noorden van Buenos Aires ligt. De Engelse krant The Observer heeft een aantal jaar geleden een lijst opgesteld met de "50 sporting things you must do before you die". Op nummer 1 stond met recht: het bezoeken van El Superclásico!

Met de bus vol gringos kwamen we aan in de buurt van het stadion. De straten waren 3 uur voor de wedstrijd al volledig wit-rood gekleurd. Tijdens de weg naar het stadion liepen we tussen de barbeques, verkopers van fanmateriaal en kregen we ook al de eerste clubliederen te horen. Één van de verkopers had een River shirt voor slechts 50 pesos (ongeveer €10,-). In het kader van integratie in het vak en bovendien een mooi souvenir kon ik daar niet voor tobben. Terwijl aan de overkant van de straat een trein passeerde waarmee nog meer schreeuwende Riversupporters arriveerden baanden we ons een weg door 5 securitychecks van het kaliber ‘lik-me-vessie’ het stadion in.

 

Terwijl ik bij de bovenste ring van het stadion aankwam was ik inmiddels al mijn groepsgenoten al kwijt. Ik kreeg van de dame bij de ingang 2 dagbladen in mijn handen gedrukt om te verscheuren en weg te gooien. Éénmaal binnengekomen in het kolossale El Monumental moest ik me even een minuut oriënteren in de gekte. Na wat rondkijken zag ik bovenin echter een Australisch koppel zitten dat me bekend voor kwam. Schijnbaar dachten zij hetzelfde, want ze zwaaiden hartelijk in mijn richting. Schuin achter hen was nog een plek over waar ik kon gaan staan (niet dat er enige vorm van structuur in de vakken zit). Na kort gedag zeggen vielen mijn ogen op de man naast mij die zijn vest uit deed. Onder het vest kwam het shirt van de Rotterdamse volksclub tevoorschijn. Dit gaf mij uiteraard reden om de beste man een hand te geven en te becomplimenteren met het feit dat hij het shirt van onze degradatiekandidaat draagt tijdens El Superclásico. Het werd echter nog gekker toen hij mij vertelde dat hij in Rotterdam woont en in Rhoon werkt. Kleine wereld…

Wat voor de wedstrijd al een gekte leek, werd bij opkomst van de spelers nog gekker. De spelers doen niet een warming-up in het stadion, dus ze komen daadwerkelijk voor het eerst 5 minuten voor aanvang van de wedstrijd het stadion in. Vanuit ons vak naast de “Ultras” geeft dat een fraai beeld (zie filmpje).

Tijdens de wedstrijd was het 90 minuten lang springen, schreeuwen, hossen, zingen (geen idee wat overigens). Uiteraard explodeerde het stadion bij de 1-0 van River Plate. Ook figuurlijk, want voor de Boca supporters was dit het signaal om de fakkels en vuurpijlen aan te steken en te mikken op de River supporters onder hen. Bij het eindsignaal herhaalde het feest zich wederom. Na 30 high fives met wat Argentijnse vakgenoten was het wachten tot de Boca supporters het stadion verlieten. Hier hebben ze het systeem dat geen één River supporter het stadion mag verlaten voordat alle Boca supporters zijn afgevoerd in bussen.

 

Ongeveer 2 uur na de wedstrijd werd ik 10 blokken van mijn hostel gedropt in het centrum van Buenos Aires. Aangezien dit gebied dichterbij La Boca ligt en Buenos Aires niet heel bekend staat om de veiligheid (minimaal 25% van mijn hostel was beroofd) leek het mij in het kader van ‘gebitsbehoud’ verstandiger om mijn River shirt even onder mijn arm te houden tijdens de wandeling terug. Omdat ik nog niet gegeten had besloot ik nog wel even traditiegetrouw mijn empanadas te halen op de hoek van de straat. Bij een eerst blik naar binnen zag ik echter elke werknemer met een River shirt aan staan. Uiteraard voor het binnenstappen mijn River shirt weer aangedaan en nog een feestje gevierd met deze Argentijnen in een empanada tent!

Over de rest van Buenos Aires kan ik niet heel veel te vertellen. Het was even omschakelen na de rust van Patagonië, want Buenos Aires heeft een echte feestcultuur onder de backpackers. Los van de feestjes hier, het bezoeken van El Superclasico, het bezoeken van het Boca stadion en nog wat wandelen door de stad heb ik niet heel veel meer noemenswaardigs gedaan. Leuk was overigens nog dat ik met Jan en Len Tonissen nog een drankje heb kunnen doen die hier net in Buenos Aires waren aangekomen.

Vanaf Buenos Aires heb ik een bus van 19 uur naar de watervallen van Iguazu genomen. Hier ben ik 2 dagen gebleven om de Argentijnse kant van de watervallen te bekijken. De watervallen bevinden zich in de jungle op het 3 landenpunt van Argentinië, Paraguay en Brazilië. Van anderen had ik al gehoord dat de Argentijnse kant het beste is, dus ik besloot om 2 dagen alles vanaf de Argentijnse kant te bekijken.

De eerste dag heb ik een wandeling van 3km door de jungle gemaakt naar een waterval waar je kon zwemmen. Vooral de wandeling was hier wel tof. Ik heb hier wat apen en diverse vogels gezien. Er zitten hier ook jaguars, puma’s en slangen, maar die heb ik (wellicht gelukkig) niet gespot.

 

Op dag 2 ben ik de watervallen van dichterbij gaan bekijken. Ook heb ik een bekende excursie gedaan met een speedboot waarbij je één van de watervallen in vaart. Wel lachen, maar je ziet niks en je bent doorweekt na afloop! Al met al vormen de watervallen in combinatie met de jungle wel een supermooi plaatje.

Vervolgens ben ik de grens overgestoken naar Brazilië vanwaar ik een bus had naar Florianopolis dat gelegen is aan de Braziliaanse kust. De bussen in Brazilië zijn een stuk minder comfortabel dan in de andere Zuid-Amerikaanse landen. Ik had tevens het geluk dat ik naast een Braziliaan zat die, zo verklaarde zijn vrouw later, valium had ingenomen in combinatie met whisky en wat bier. Deze beste man wist iedereen in de omgeving meerdere malen te vertellen dat al onze moeders het oudste beroep ter wereld hebben. Ik trachtte de beste man te verkondigen dat hij het in mijn geval niet bij het rechte eind had, omdat mijn lieve moeder een succesvolle kringloop winkel runt. Helaas was mijn Portugees niet toerijkend. Toen hij agressief werd tegen een andere passagier werd de bus stop gezet en is hij door de politie afgevoerd. Een enerverende binnenkomst in Brazilië.

Inmiddels zit ik op het eiland Ilha de Santa Catarina dat een onderdeel vormt van Florianopolis. Hier begint de cooling-down, maar ook de warming-up van mijn trip. Ik zal hier een week verblijven en vervolgens afsluiten in Rio de Janeiro.

Tot over 2 weken!

 

Patagonia


Versteld staan van telkens weer een nieuw verbluffend landschap, de 4GB geheugenkaart van je camera in rap tempo volschieten, wildlife spotten, ongelooflijke afstanden afleggen en mooie hikes: dat is Patagonië!

Barlioche is de grootste stad in ‘the lake district’. Het staat bekend als de ideale stad voor outdooractiviteiten. Voor deze activiteiten ben je echter wel afhankelijk van het weer. De dagen dat ik er was regende het helaas veel waardoor het voornamelijk veel kaarten was en plannen maken voor de rest van de trip. Je hebt in Bariloche vanaf de berg ‘Cerro Campanario’ wel één van ’s werelds beste views volgens National Geographic dus 1 dag zijn we met een groep toch die berg op gegaan in de regen. Ondanks de bewolking was dit wel een indrukwekkend uitzicht. Je had het zo in één van de Lord of the Rings films kunnen stoppen. Na afloop klaarde het zowaar ook iets op, waardoor we ook nog een hike langs de verschillende meren daar hebben gedaan. Op zondag 31 oktober heb ik om 17.00 uur de bus genomen naar Puerto Madryn waar ik de volgende ochtend arriveerde.

 

Puerto Madryn is DE plaats waar je wildlife in de oceaan kunt spotten. Deze pittoreske stad is gelegen aan de Atlantische Oceaan en staat vooral bekend om de vele walvissen die je hier kunt zien en de beroemde plek op Punta Norte waar Orka’s bij hoog tij zeeleeuwen van het strand af plukken. Met het Belgische koppel Micheal en Katleen besloot ik om de dag na aankomst gelijk de tour op het aangelegen schiereiland Peninsula Valdes te doen.

Na 1,5 uur met de bus kwamen we aan in Puerto Pyramide waar de boottocht startte om de walvissen te spotten. We hadden erg geluk, want we zagen er veel en ze zwommen kort langs en onder de boot door. Indrukwekkend hoe groot die beesten zijn. Na de boottocht trokken we verder naar Punta Norte om walvissen te spotten en de beroemde plek dus waar de Orka’s zeeleeuwen van het strand plukken. Helaas was het laag tij en ook niet het goede seizoen hiervoor dus dit misten we. Op de weg naar een pinguïnkolonie hebben we nog wel Orka’s gezien (vink), maar helaas dus niet in actie. Vanuit de Free Willy films van vroeger had ik een beeld van Orka’s dat het bijzonder vriendelijke beesten zijn, maar ze staan blijkbaar bovenaan de voedselladder. Walvisbaby’s worden ook zo naar binnen geschranst.

Ik heb een filmpje op youtube gezet onze ‘whale watching’: http://www.youtube.com/watch?v=jT9BvMZLuyk

De volgende dag besloten we om te gaan duiken met zeeleeuwen. Micheal had al de benodigde Padi certificaten om te duiken, maar Katleen en ik niet. Na een instructievideo, wat oefenen met ademhalen en een lesje gebarentaal voeren we naar een zeeleeuwkolonie. Na het afdalen in het water hadden we ook hier geluk. Er kwamen ongelooflijk veel zeeleeuwen op ons af die nieuwsgierig om ons heen kwamen zwemmen. Je kan ze aanraken en ze vinden het dan leuk om in je hand te bijten. Er was één hooligan onder de zeeleeuwen die mijn muts echter erg interessant vond. Zie onderstaande link:
http://www.youtube.com/watch?v=2V7pJ0YNJrc

Al met al was dit wel één van de tofste dingen die ik hier in Zuid-Amerika heb gedaan. Na afloop kregen we nog een dvd mee met foto’s en filmpjes als mooi herinneringsmateriaal. Een iets langere sfeerimpressie is hier te vinden: http://www.youtube.com/watch?v=LpxA_Grmp-Y

 

Na 25 uur reizen kwamen we aan in El Calafate dat in het zuiden van Patagonië ligt. Met de Belgen en de Nederlandse meiden Agaath en Paulien die zich bij ons hadden gevoegd vonden we een prima hostel met een mooi uitzicht over het aangelegen meer. De grote trekpleister hier is de Perito Moreno gletsjer. Omdat we met 5 personen waren besloten we om een auto te huren, zodat we een alternatieve route konden nemen waar we wat condors konden spotten. Terwijl ik dit opschrijf realiseer ik me dat ik voor de zoveelste keer ‘spotten’ gebruik. Ik zal jullie gerust stellen: ik zal niet opeens aan National Geographic en Discovery Channel gekluisterd zitten bij terugkomst..

Met de auto zijn we via een alternatieve route naar Lago Roca gereden dat in de buurt ligt van de Perito Moreno gletsjer. Onderweg ook nog (jaja.. daar is ‘ie weer) een enorme condor gespot. Na een korte blik over het meer zijn we doorgereden naar Los Glaciares National Park. Bij een mooi eerste uitzicht over de gletsjer zijn we eerst gaan lunchen. Daarna hebben we een boottour gedaan waarbij we kort bij de gletsjer kwamen. Dit was achteraf overbodig, want de ‘viewpoint’ iets verderop gaf eigenlijk een nog beter zicht. Het prachtige weer had tot gevolg dat de gletsjer alle verschillende soorten kleuren blauw produceerde.

 

Vanaf El Calafate namen we de bus naar El Chalten. Dit ligt 2,5 uur verderop en staat bekend als de ‘capital of trekking’. Het is klein dorp dat tussen de bergen ligt. Door de aanwezigheid van veel chaletjes en een hele relaxte sfeer heeft het veel weg van een willekeurig wintersportdorp in Oostenrijk. Met z’n vijven huurden we een prima chalet met 2 kamers en een slaapbank in de huiskamer waar ik uiteraard mocht crashen. Na de grote hoeveelheid dorms van de afgelopen weken, was het wel prettig om even een eigen ruimte te hebben (ook al was het de huiskamer).

Met de Belgen ben ik de dag daarop een hike gaan doen naar een viewpoint op de Fitz Roy. Dit is een puntachtige bergtop die in heel de omgeving is te zien. Dit was een aardige dag van 21km heuvel op en heuvel af wandelen, maar dit gaf wederom ongelooflijk mooie uitzichten.

 

De dag daarop ben ik met Micheal nog naar een waterval gelopen en heb ik alles georganiseerd voor mijn vlucht naar Buenos Aires. Na 155 uur alleen al aan transporturen in de bus was het prettig om weer eens het vliegtuig te pakken! Vroeg in de ochtend heb ik de bus naar El Calafate airport gepakt. Na 5 uur wachten op het vliegveld en 3 uur vliegen ben ik aanbeland in de hoofdstad van Argentinië.

Inmiddels ben ik twee dagen in Buenos Aires en… jaja.. ik heb in een kaartje weten te bemachtigen voor de derby der derby’s: next Tuesday, River Plate – Boca Juniors!

Op de planning staat nog een bezoek aan Uruguay, de watervallen van Iguaçu en de laatste 2 weken een ‘cooling down’ van mijn trip aan wat Braziliaanse kustplaatsen op de route naar Rio de Janeiro.

Adios!



Chile!


Bon dia chicos!

Na wijnproeverijen en thermale baden in Mendoza en wat sight seeing in Santiago de Chile ben ik richting de ‘lake district’ afgereisd. Dit gebied staat bekend om haar talloze outdoormogelijkheden. Na 5 dagen bivakkeren in het prachtige Chileense plaatsje Pucón ben ik inmiddels weer teruggekeerd naar Argentinië. De plaats San Carlos de Bariloche waar ik me nu bevindt is gelegen aan Lago Nahuel Huapi en is het Argentijnse walhalla voor buitensporten.

In de ochtend van woensdag 13 oktober kwam ik aan in Mendoza (niet in kilo’s overigens). Het Canadese koppel Rebecca en Jeremy had een prima hostel voor ons geregeld in het centrum van de stad. Deze 2 massagetherapeuten (In Canada is dat zowaar een 3-jarige opleiding) hadden een cursus gevolgd in Rio de Janeiro om er daarna nog een korte vakantie aan vast te plakken. Met hen heb ik een fietstour gedaan langs de wijnvelden en uiteraard de nodige plaatselijke wijntjes beoordeeld aan de hand van de Casacriteria ‘mate van fruitigheid’ en ‘afdronk’.

Op de zaterdag ben ik op zoek gegaan naar goede bergschoenen voor de Lake District en Patagonië. Tijdens mijn wandeling door een winkelstraat werd mijn aandacht plots getrokken door een merkwaardige sportetalage. Tussen de tenues van de Zuid-Amerikaanse topploegen Boca Juniors en Independiente pronkte het shirt van de huidige nummer 15 van de Nederlandse eredivisie. Hoewel ik op dat moment nog niet eens kon weten wat er komen ging (doelend op de nipte nederlaag van afgelopen zondag tegen de lichtstedelingen) was dit voor mij reden genoeg om direct een bus te regelen naar de Chileense hoofdstad Santiago. Bij deze een oproep aan de havenstedelingen om vanavond het gras uit de Kuip te vreten, VVV op te rollen en om in de winterstop “de Koef” op de één of andere manier naar Rotterdam te halen.

 

De busrit van Mendoza naar Santiago was wederom een schitterende rit door de Andes. Het mindere aan deze rit was echter dat we van de 10 uur ongeveer 3,5 uur bij de Chileense douane hebben gestaan. Bij deze grensovergang worden alle auto’s en bussen gecheckt door politie en honden, en alle tassen moeten door scanapparatuur. In de avond van zondag 17 oktober kwam ik uiteindelijk aan in Santiago. In de bus was ik vlak voor de aankomst aan de praat geraakt met een Braziliaans echtpaar uit Sao Paulo. Zij waren voor het eerst in het buitenland wat tot gevolg had dat ze een fotofrequentie van ongeveer 20 hadden (uitgedrukt in het maken van het aantal foto’s per minuut). Met de Brazilianen ben ik in de metro naar het centrum gestapt en gezamenlijk zijn we op zoek gegaan naar een hostel.

De Brasileiros Robson en Valeria konden geen Engels dus gesprekken gingen in het Spaans en tevens heb ik wat beginselen van het Portugees geleerd voor straks in Brazilie. Na de afgelopen maanden gesprekken gevoerd te hebben in het Spaans, Frans, Engels, Duits en Nederlands kwam er nu dus nog een taal bij waardoor ik me even een moment dacht te kunnen verplaatsen in de persoon van Ivo Niehe. Gelukkig werd ik snel wakker uit deze droom, want waar deze tv-persoonlijkheid volledige volzinnen produceert in 10 verschillende talen moet ik nog gemiddeld 6 klinkers kopen per zin.

Santiago is een grote, moderne stad. Je waant je hier een stuk meer in Europa dan in andere Zuid-Amerikaanse steden door alle winkels, de auto’s die wij ook hebben, maar vooral ook door de prijzen. De dagen hier hebben we veel door de stad gelopen en we zijn ook een dag naar de kustplaatsen Valparaiso en Vina del Mar gegaan om de Grote Oceaan ook eens te bewonderen. In de laatste nacht dat ik in Santiago verbleef was er blijkbaar ’s nachts nog een flinke naschok geweest van de aardbeving (5,8 op de schaal van Richter). Dit gebeurt nog regelmatig in dit gebied. Het epicentrum van deze naschok lag echter diep in de oceaan waardoor we hier niks van hadden gemerkt.

 

Op donderdag 21 oktober nam ik de nachtbus naar het Chileense plaatsje Pucón. Na 10 uur rijden arriveerde de bus in dit mooie, pittoreske plaatsje aan de voet van de vulkaan Villarica; één van de meest actieve vulkanen van Zuid-Amerika. Het beklimmen van deze vulkaan is de belangrijkste attractie van dit plaatsje.

Vanuit de Lonely Planet wist ik dat er hier een hostel is van een Nederlands-Chileens echtpaar met goede recensies. Dit bleek een schot in de roos te zijn want dit knusse hostel was erg gezellig en de Nederlandse eigenaar bleek ook nog gymdocent te zijn. Helaas gaf hij op de dagen dat ik hier was geen les, want ik had graag gezien hoe de gymlessen er hier aan toe gaan.

In Pucón voelde ik me als een vis in het water. Het is een heerlijk rustig plaatsje en er is enorme diversiteit aan buitensportactiviteiten die via het hostel de boeken zijn. Op mijn aankomstdag heb ik na een wandeling door het dorp het onderdeel ‘hydrospeed’ gedaan. Ik kende het nog niet, maar het komt er op neer dat je in plaats van in een raft op een soort bodyboard stroomafwaarts gaat. Één van de guides heeft van onze tocht een filmpje op youtube gezet: http://www.youtube.com/watch?v=7BKy4_kAm0E

Op de zaterdag heb ik kennis gemaakt met de omslag die het weer hier kan maken. Ik had een hike gepland door een nationaal park met veel watervallen en meren. Tijdens de start van deze tocht scheen de zon vrij fel, na een uur klimmen liep ik echter door de stromende regen en weer een uur later klom ik door de sneeuw. Zonder enige fatsoenlijke regenkleding was dit voor mij het teken om de afdaling weer in te zetten!

Zondags stond het hoofdmenu op het programma, namelijk het beklimmen van de ‘Vulcano Villarica’ (2800m). Om 7 uur ’s ochtends verzamelden we met 11 personen van ons hostel bij de touroperator om alle backpacks in orde te maken en af te reizen naar de voet van de vulkaan (1400m). Rond 8 uur begonnen we aan de klim. De tocht naar de top is 6 uur klimmen door de sneeuw. Een redelijk pittige klim (vooral als de schoenen die je gekregen hebt te klein zijn..),maar wel goed te doen als je een beetje fit bent. Uiteindelijk haalden 9 van de 12 personen van onze groep de top. Op de top kun je enigszins in de krater kijken, maar niet zover dat je het lava kunt zien borrelen (je hoort dit wel overigens). We hadden wel het geluk dat er wat lava omhoog spoot, want dit gebeurt niet vaak. Ik stond op dat moment gelukkig als een veredelde Cor Vos startklaar met mijn camera en heb hier nog een glimp van op de foto kunnen krijgen (zie foto’s).

 

 De tocht naar beneden is gelukkig iets eenvoudiger. Het waterdichte materiaal ging aan, de helm ging op en je kreeg een soort plastic matje om je heen gebonden om naar beneden te glijden. Remmen moest je doen met door je hakken of je ‘ice axe’ in de sneeuw te drukken. Het begin was echter erg stijl dus mijn eerste rempoging op volle snelheid resulteerde in een salto en een dubbele Rietberger (uitgangswaarde 7,2).

Na een dagje relaxen aan het meer in Pucón heb ik gister de bus naar San Carlos de Bariloche genomen. Hier ben ik van plan een kleine week te blijven. Daarna heb ik nog 2 weken om verder af te reizen naar El Calafate in Patagonië, want ik wil rond 15 november het vliegtuig naar Buenos Aires pakken.

Hasta luego!

 

Amazone y Salar de Uyuni


Hola amigos!

Dat Bolivia enorme klimaat- en landschapverschillen heeft heb ik de afgelopen periode mogen ervaren. In de Amazone was het zweten geblazen met een temperatuur van rond de 37 graden en amper een week later lag ik met mijn muts op, verstopt in mijn slaapzak, in een woestijn op 4500 meter hoogte. Inmiddels ben ik na een diverse uren in een 4x4, trein en in bussen aangekomen in Argentinië.

Op zondag 26 september heb ik met de 2 andere ‘Dutchies’ het vliegtuig naar de Amazone genomen. Dit is een vlucht van minder dan een uur in een klein vliegtuig van, naar ik vermoed, het merk “Playmobil”. Op de heenweg zaten we met slechts 7 mensen in het vliegtuig. Alle binnendeuren waren geopend  dus je kon gewoon met Co Piloot meekijken om zeker te weten dat hij niet de cock pit. De hoeveelheid turbulentie deed me vermoeden dat ik in een reguliere Boliviaanse bus zat op een eveneens reguliere onverharde Boliviaanse weg, maar de bergtoppen die naast me bewogen, een zwetende Engelsman voor me en een huilende dame naast me bevestigden me dat ik toch echt in een vliegtuig zat. Na de fraaie landing in Rurrenabaque, het pittoreske stadje vanwaar alle trips vertrekken, krijg je gelijk een klap van de enorme hitte.

De volgende dag startten we met onze groep aan de pampastour waarbij het zien en zoeken van diverse diersoorten centraal staat. Na een rit van 3 uur in een 4x4 begonnen we aan de trip in een boot. Tijdens deze boottocht kom je vooral ongelooflijk veel krokodillen, kaaimannen, capibara’s (grote cavia’s) en diverse vogelsoorten tegen. Omdat het al een lange periode droog is aldaar staat het water er erg laag, wat tot gevolg heeft dat de boot diverse malen vast loopt. Dit betekende voor ons: uitstappen en de boot naar een diepere plaats duwen. Aanvankelijk was de groep wat sceptisch over dit idee, omdat je overal om je heen krokodillen ziet, maar volgens onze guide zijn deze varianten niet gevaarlijk voor mensen. We vertrouwden op zijn woorden, maar de blikken van sommige van deze ‘alligators’ nodigden toch niet echt uit voor een sympathieke aai over de bol. Na aankomst op plaats van bestemming zijn we zonsondergang gaan kijken vanuit de ‘jungle bar’, hebben we wat gegeten en vervolgens gehangen in de hangmatten.

 

De ochtend daarop zijn we op zoek gegaan naar anaconda’s. Tijdens een snikhete wandeling van een aantal uur over de pampa’s hebben we er uiteindelijk één gevonden die in zijn hol lag na te genieten van zijn laatste maaltijd. Bij terugkomst hebben we een frisse duik in de rivier genomen, om vervolgens een overheerlijk lunch te genieten. Onze guide liet nog even zijn tarzan kwaliteiten zien door een krokodil uit het water te lokken en z’n kop aan te tikken.

Na de lunch zijn we op piranha’s gaan vissen wat het avondeten zou moeten opleveren. Saillant detail: we deden dit op exact dezelfde plek waar we 2 uur eerder onze frisse duik hadden gescoord. Helaas vingen we bot.. (en) geen piranha’s! Toch hebben we wel wat zogeheten ‘catfish’ weten te vangen voor de avond. Hoewel ik geen fervente viseter ben, was dit kakelverse beestje prima te eten.

Op de laatste dag zijn we op zoek gegaan naar zoetwaterdolfijnen. We vonden hen ook en we konden de boot uit om met ze te zwemmen, hoewel ze helaas niet zo tam zijn dat ze echt om je heen zwemmen. Vervolgens zijn we weer terug gekeerd naar Rurrenabaque voor de terugvlucht. De stad stond dit keer echter grijs van de rook door bosbranden, waardoor onze terugvlucht wat vertraging had. Gelukkig vloog het vliegtuig een aantal uur later wel, waardoor we weer heelhuids terugkwamen in La Paz. Hier krijgt menigeen door de hoogte en de smog snel last van keel- en/of hoofdpijn, dus hebben we ’s avonds gelijk de nachtbus naar Sucre genomen.

Sucre is met haar vele witte huizen en mooie pleinen een mooie stad voor Boliviaanse begrippen. De dagen hier heb ik weinig anders gedaan dan een beetje relaxen en oriënteren /organiseren voor het vervolg van mijn trip. Ik ontmoette hier weer 2 Canadezen die ik nog vanuit Peru kende en die ook de tour over de zoutvlakte van Uyuni wilden gaan doen. Met hen heb ik vorige week dinsdag de bus naar Uyuni gepakt. Deze 10 uur durende rit waarvan ongeveer 4 uur op onverharde weg geeft optimale mogelijkheden voor het ontwikkelen van de alom bekende ‘houten reet’.

De 3-daagse Salar de Uyuni tour houdt in dat je 3 dagen lang in een 4x4 over diverse landschappen heen rijdt. Op dag 1 zijn we naar de zoutvlaktes gereden: een ongelooflijk grote witte vlakte met af en toe een eiland met cactussen waar je zelf 3x in past. Een heel mooi gebied dat zich goed leent voor het maken van perspectief foto’s. Na een klapband en het bekijken van zonsondergang kwamen we uiteindelijk op 3500 meter hoogte in het zouthotel terecht (hotel van zout… wellicht een overbodige uitleg..) waar we overnachtten. Een Amerikaanse in onze groep trok de hoogte niet zo goed en reproduceerde die nacht diverse malen de maaltijden van de afgelopen dag. Zij moest helaas dus terugkeren naar Uyuni, want op dag 2 rijd je verder naar 4500 meter hoogte.

 

Op deze 2e dag zijn we door woestijn- en vulkaangebied langs diverse meren met flamingo’s gereden. Het is bizar om te zien hoe snel landschappen van elkaar kunnen verschillen op relatief korte afstanden. In de avond kwamen we na wederom een lekke band aan bij de huisjes waar we zouden overnachten. Je zit hier op 4500 meter hoogte in de woestijn dus het koelt ’s nachts flink af. De sterrenhemel is hier wel fantastisch: je ziet er hier meer dan in heel Hollywood en Bollywood bij elkaar.

Op dag 3 stonden we om 4.30 uur op om naar de geisers en thermale baden te rijden. Met de kou buiten was zo’n thermaal bad van 35 graden meer dan welkom. Vervolgens zijn we na een ontbijt naar de Chileense grens gereden om de 2 Canadezen af te zetten. Daarna volgde een 8 uur durende rit terug naar Uyuni. Deze rit werd nog even opgeschrikt doordat er een opvliegende steen achter een vrachtwagen door de vooruit heen knalde tijdens het rijden. Gelukkig hield onze ‘chauff’ de macht over het stuur, waardoor we de laatste 2 uur veilig en wel, maar weliswaar zonder vooruit onze weg terug konden vervolgen naar Uyuni. Terug in Uyuni heb ik met de inmiddels herstelde Amerikaanse en een Australisch koppel de trein naar de grens met Argentinië gepakt (8.5 uur) om vervolgens die ochtend, na eindeloos durende grensperikelen, nog 6 uur in de naar het Argentijnse Salta te zitten.

 

Salta en vooral ook gewoon Argentinië is heerlijk na 1,5 maand reizen door Peru en Bolivia. Ondanks dat het mooie landen zijn is het reizen hier ook 1 grote assertiviteitstraining, omdat je continu op je hoede moet zijn of je niet gen***d wordt. In Salta hadden we een leuke groep met een Engelsman, een Canadees stel, een Amerikaanse en gemakshalve schaar ik mezelf ook even in deze categorie. Het enige wat we hier gedaan hebben is dagen lang kaarten en genieten van de Argentijnse keuken.

Na 4 dagen Salta heb ik de bus genomen naar Mendoza. Ik schrijf dit verhaal zowaar in deze zelfde bus waar ik inmiddels al 18 uur in zit. Als het goed is arriveren we er over een uurtje, waarna ik het Canadese stel uit Salta op ga zoeken. Mendoza is de bekende Argentijnse wijnstad en er zijn diverse buitensportmogelijkheden dus de komende dagen worden waarschijnlijk ingevuld met wijntours en buitensportactiviteiten.

Tot slot nog wat opvallende zaken over Bolivia:
* De Boliviaanse buschauffeurs zijn in opstand gekomen tegen de plannen van de regering om deze beroepsgroep een alcoholverbod op te leggen tijdens werktijd.. J
* Dat Zuid-Amerikaanse landen vaak onderuit gaan tegen Bolivia in La Paz op 3600 meter hoogte is niet gek. Als je met je backpack 20 meter bergop loopt kun je al aan het zuurstof.
* Ik ben persoonlijk benieuwd naar het korte termijngeheugen van de gemiddelde Boliviaan. Als ze je voor een bepaalde prijs ergens heen brengen is het in 75% van de gevallen zo dat of de prijs of de locatie ineens een metamorfose heeft mogen ondergaan.

Hasta luego!

Hola Bolivia!


Dat reizen bijna nooit volgens planning gaat heb ik de afgelopen weken mogen ervaren. Na mijn laatste week in Cusco ben ik naar de Boliviaanse kant van Lake Titicaca vertrokken (Copacabana). Na 1 nacht Copacabana ben ik naar het schitterende Is la del Sol gegaan, een eiland dat in Lake Titicaca gelegen is. Vanuit Copacabana ben ik met de bus naar La Paz gegaan. Van daaruit heb ik het vliegtuig de Amazone in genomen voor een 3-daagse tour door de ‘pampas’. Na een vertraagde terugvlucht door bosbranden heb ik gelijk de nachtbus genomen naar Sucre waar ik me op dit moment bevindt.

Op de maandag van mijn laatste week in Cusco stond de trip naar Machu Picchu op de planning. Vroeg in de ochtend zat ik in de trein richting deze oude Incastad. De treinreis van ongeveer 4 uur ging overigens dwars door de Andes en leverde dan ook fraai beeldmateriaal op. In de middag had ik een tour door Machu Picchu met een gids. Het is daar ongelooflijk toeristisch, uiteraard niet zonder reden, want het uitzicht op deze stad is bizar mooi.  Aan het einde van de middag kwam ik terug in het nabijgelegen dorp Aguas Calientes, waar ik nog een ticket voor Machu Picchu voor de dag daarop kocht en overnachtte. Reden hiervoor was dat ik de Huayna Picchu (onderstaande foto, bergtop op de achtergrond) wilde beklimmen en alleen de eerste 400 bezoekers krijgen een stempel om deze berg te mogen beklimmen, wat betekende: vroeg uit bed! 

 

Om 4.30 uur stond ik met mijn goede gedrag voor mijn hostel om te starten aan de wandeling naar Machu Picchu. De eerste bussen vertrekken om 5.30 uur, dus het is zaak om eerder boven te arriveren dan het gemotoriseerde vervoer. Na een flinke ochtendwandeling, waarvan 3 kwartier trappen lopen, arriveerde ik uiteindelijk net voor de eerste bussen bij Machu Picchu. Bij zonsopkomst was dit een nog mooier plaatje. Na een geïmproviseerde picknick ben ik om 10.00 uur de Huayna Picchu gaan beklimmen, wat weer 3 kwartier trappen lopen was. Dit was redelijk slopend, maar het uitzicht was het dubbel en dwars waard. Na nog een keer 1,5 uur trappen aflopen naar beneden, nam ik de trein terug naar Cusco.

De laatste dagen in Cusco heb ik nog wat Spaanse lessen genomen en op de donderdag stond raften op de agenda, wat ook een leuk uitstapje was. Ook heb ik me nog aan de toeristische trekpleister gewaagd door op de foto te gaan met een Lama. Dit kostte 1 Sol. Ik gaf de dame 2 Sol met de verbale toevoeging ‘lama zitten..’. Niet rekening houdend met de taalbarrière leverde dit een iets wat merkwaardige blik op van deze Peruaanse..

Op zaterdagavond heb ik met een studiegenoot de nachtbus genomen naar het Boliviaanse Copacabana. In eerste instantie was mijn plan om naar Puno te gaan (dit is een Peruaanse plaats die aan Lake Titicaca ligt), maar Copacobana is een stuk minder toeristisch. Dit pittoreske gehucht moet overigens niet verward worden met de Braziliaanse naamgenoot, want dit plaatsje ligt op meer dan 3800 meter aan het hoogste meer ter wereld. Enige overeenkomst is waarschijnlijk dat je om het uur factor 30 op je giechel mag smeren.

 

De dag erop zijn we ’s ochtends vroeg naar Isla del Sol vertrokken en daarbij werden we vergezeld door de 2 Nederlandse meiden Rinsje en Rianne. Als je over Isla del Sol loopt heb je het idee dat je aan Mediterraanse kust loopt. Het is ongelooflijk warm en het uitzicht is waanzinnig. Na het zoeken van een hostel zijn we nog op wat geluid afgegaan op het eiland. Dit bleek van een lokale muziek- en dansgroep te zijn die de dag daarop een optreden zou hebben op Isla del Luna (weer een ander eiland). Aan het begin van elk jaargetijde hebben ze hier een groot feest waarbij ze o.a. de zon en de aarde eren. De dag daarop startte hier de lente en we werden uitgenodigd om dit met hen te vieren. Dit hebben we uiteraard gedaan en zo hebben we de nog een mooi lokaal feest mogen bijwonen.

Na nog een overnachting op Copacabana ben ik met Rinsje, Rianne en de Duitser Patrick die we op Isla del Luna tegenkwamen naar La Paz vertrokken. Er valt niet zoveel over deze stad te melden.. er wordt veel gewaarschuwd voor veiligheid, maar hoewel de armoede van deze stad afstraalt, heb ik me hier niet onveilig gevoeld. Mijn persoonlijke hoofdreden om naar deze stad te komen was echter om de “Death Road” af te dalen met de mountainbike.

 

De Death Road is in 1995 uitgeroepen tot ’s werelds meest gevaarlijke weg toen deze nog geopend was voor verkeer. Een schatting is dat hier jaarlijks 200-300 mensen omkwamen. Sinds enkele jaren is deze route echter enkel geopend voor mountainbikers. Vanaf 4800 meter hoogte daal je 65km lang af naar een hoogte van ongeveer 1500 meter. Als je dit met goed materiaal en gezond verstand doet is het niet echt gevaarlijk, maar het geeft wel een kick om met een aardige snelheid  een weg af te dalen van soms 3 meter breed en een afgrond van 900 meter naast je.

Om er niet een te lang verhaal van te maken zal ik jullie de volgende keer meenemen naar de Amazone. Ik zal tevens trachten iets eerder een nieuw verhaal te posten.. 

Adios!

 

 

Cusco y CaiCay

Buenos días!

Allereerst bedankt voor alle leuke reacties!

Na een week Spaanse les in Cusco ben ik afgelopen week in CaiCay geweest voor vrijwilligerswerk aldaar. Vrijdagavond ben ik weer teruggekeerd in Cusco, waar ik nu nog een week zal verblijven.

Cusco
Cusco is een leuke, levendige, toeristische stad. Er is elke dag wel iets te beleven en er zijn talloze excursies te boeken naar vooral verschillende Inca ruïnes, waarbij Machu Picchu uiteraard de belangrijkste is. Toch is de armoede hier goed zichtbaar. Tijdens mijn wandeling naar het centrum krijg ik ongeveer  31 flessen water, 24 kleden, 26 t-shirts, 11 massages, 5 zonnebrillen, 3 wc rollen en een plantenspuit aangeboden. Daarnaast is de kans op een flukse enkeldistorsie 25,6% gezien de enorme kraters die op sommige plekken midden in de weg zitten.

Mijn eerste week Cusco stond in het teken van de Spaanse lessen. De Spaanse taal binnen 1 week onder de knie hebben is een utopie, maar het geeft toch enige basis. In de avonduren is er ook voldoende te beleven. Elke avond kun je bij vrijwel elke bar terecht voor gratis salsalessen van 21.00-23.00 uur. Ook de Spaanse school organiseert regelmatig activiteiten. Zo hadden we vorige week donderdag een cocktail clinic waarbij je kon leren om de plaatselijke cocktail "Pisco Sour" te maken, waarbij de lokale drank "Pisco" de basis vormt. Ik heb inmiddels contact opgenomen met het Erasmus MC, want volgens mij is dit geestrijk vocht een spotgoedkope manier om wonden te ontsmetten.

Op vrijdag zijn mijn huisgenoten vertrokken. Dit was voor huisbaas Carlo ook reden om zelf naar beneden te verhuizen, omdat er geen nieuwe vrijwilligers kwamen. Na alle verhuisperikelen in Nederland de laatste weken stond ik dit weekend met mijn goede gedrag weer spullen van 2 hoog naar beneden te sjouwen. De zondag was dit echter niet het geval, want toen ben ik in alle vroegte naar het centrum vertrokken voor een tour langs een aantal Incaruïnes hier in de omgeving. Dit was erg indrukwekkend, maar voor mij iets te toeristisch. Ik zat in een bus vol met voornamelijk Amerikanen die zelfs het op groen springen van een stoplicht "wooow.. really amazing" vonden. Wel mooi was dat tijdens de beklimming van één van de ruïnes een Peruaan van bovenin de bergen regelrecht, alle paden negerend, naar beneden kwam rennen. Ik vind het mooi om contact te maken met de locals, dus deze prachtvent heb ik uiteraard ook nog even aangehouden.

CaiCay
CaiCay is een pittoresk, armoedig plaatsje op ongeveer een uur rijden van Cusco. In dit dorpje heb je het idee dat je 80 jaar terug gaat in de tijd: wegen zijn onverhard, huizen zijn te vergelijken met een stenen muur, overal op straat lopen zwerfhonden en allerlei soorten vee, er is geen internet, geen telefoons .. je vraagt je af: wat is er dan wel? Nou, een ongelofelijk mooie omgeving!

Het vrijwilligerswerk kwam neer op het vermaken van de lokale kinderen na schooltijd van 15.00-17.00 uur. Ik verbleef samen met Chris, een 45 jarige Ier, op het opvangtehuis waar alle kinderen dagelijks naar toe kwamen. Ze konden hier lezen, tekenen, Engels leren en diverse sportactiviteiten doen. Op de donderdag hadden we een voetbalwedstrijd geïnitieerd op een plein dat centraal in het dorp ligt. Hieruit bleek dat de Peruanen geen geboren straatvoetballers zijn. Waar ik, zijnde notoire voorstopper, op de Nederlandse pleintjes nog regelmatig werd gedegradeerd tot Houten Klaas, was ik hier in staat om op swingende wijze mijn Peruaanse opponenten te parkeren als bronzen beelden.

Een simpele rekensom leert echter dat 2 uur werk per dag ook betekent dat er 22 uur overblijft om te besteden. Dit kan pittig zijn in een dergelijke omgeving. Gelukkig was Chris ook fan van outdoor activiteiten en zo zijn we elke dag vroeg in de morgen de bergen in gegaan. Één dag hebben we een wandeling gemaakt naar een touwbrug die door de Inca's ontworpen was. Op 2 andere dagen hebben we 2 bergen beklommen. Dit heeft mijn lichaam de nodige adrenaline opgeleverd en mijn armen een x-aantal schrammen en sneeën, maar dit was een fantastische ervaring.

Ook het contact met de lokale mensen hier was goed. Tijdens de afdaling van één van de bergen passeerden we een wei waar we in de ochtend al een praatje hadden gemaakt met de boeren. Bij terugkomst begonnen ze net aan het eten, waar we zelf ook een vorkje mee mochten prikken. Erg bijzonder als je beseft dat deze mensen echt totaal niks hebben, maar toch hun eten delen. Aan het einde van de middag zijn we dan ook terug gegaan om hen te trakteren op fruit en een cerveza (ik geef toe, een iets wat merkwaardige combinatie). Dit werd enorm gewaardeerd. Na een drankje, 26 omhelzingen en minstens zoveel bedankjes keerden we weer terug naar het project.

Het komt er op neer dat ik het Zuid-Amerikaanse begrip "tranquillo" nog niet heb mogen ervaren. De Andes heeft me de afgelopen week diverse keren kapot laten gaan, maar dit waren wel geweldige ervaringen. Na gisteren nog een mountainbiketocht gehad te hebben kon ik vandaag een keer uitslapen. Maandagochtend vertrek ik om 7.00 uur naar Machu Picchu, wat één van de hoogtepunten van de trip zou moeten zijn. Woensdag keer ik terug in Cusco en heb ik nog 4 uur Spaanse les. Donderdag staat raften op het programma en in het weekend vertrek ik richting Lake Titicaca in het Oosten van Peru.

Hasta la proxima!

Bienvenido al Peru!

Hola todos!

Ik ben inmiddels na een kleine 24 uur reizen aangekomen in Cusco, de oude Inca hoofdstad van Peru. Onder de bezielende leiding van huisbaas/kok Carlo Ugarte de Kotsakis, die welgeteld 2 woorden Engels kan, verblijf ik op dit moment in een appartement dat ik deel met 2 Duitse meiden die hier al een aantal weken vrijwilligerswerk doen in het plaatselijke hospitaal.

De reis
Na ongeveer 10 ‘double checks' stond ik vol zelfvertrouwen bij de incheckbalie van Iberia Airlines op Schiphol. Dit zelfvertrouwen werd kortstondig de grond in geboord toen gevraagd werd waar mijn visum was. Toen ik aangaf dat dit naar mijn weten niet nodig was voor de 3,5 maand dat ik weg ben, kreeg ik te horen dat je maximaal 183 dagen mag verblijven in Peru zonder visum (ik kon naast mijn terugvlucht uit Rio niet aantonen dat ik Peru verlaat na een week of 3/4) . Zonder hogeschool wiskunde er bij te halen ben ik de tafel van 30 op gaan noemen, hetgeen één van de dames op het idee bracht dat 183 dagen zomaar eens een half jaar kan zijn. Zo kreeg ik gelukkig toch de 3 benodigde tickets. Na een afsluitend drankje met het afscheidscomité op Schiphol (tof dat jullie er waren!) ben ik de douane op gaan zoeken.

Even kreeg ik het idee dat mijn trainer de gates mocht kiezen, want op Schiphol mocht ik een schamele 15 minuten afleggen naar de gate en in Madrid was dit een duurloop van 25 minuten.

Vooraf was ik wat argwanend over de dik 11 uur durende vlucht van Madrid naar Lima, want deze werd door het Zuid-Amerikaanse LAN Airlines uitgevoerd. Geheel ten onrechte overigens, want wat een fantastische vlucht was dit! Ik had 2 stoelen aan het raam voor mezelf alleen, er zat niemand achter me, via het beeldscherm op de hoofdleuning voor me (met touch overigens) kon ik diverse spellen spelen, 1000 muziekalbums beluisteren, een stuk of 30 films kijken, en als één van de 10 fraaie stewardessen je weer een gratis maaltijd of sappie aan kwam bieden, kon je ‘m gewoon even op pauze zetten. Wellicht heel normaal dit allemaal trouwens, maar ik vond het fantastisch. Om even op deze stewardessen terug te komen: deze waren mijn inziens niet van de opleiding gehaald, maar gewoon gescout via een castingbureau met als enige pré dat ze een ijzeren kar vooruit konden duwen. Van mij had Co Piloot nog 3x om de aarde mogen vliegen!

Bij aankomst in Lima mocht ik nog 3 uur wachten op de luchthaven en vervolgens inchecken voor de laatste vlucht naar Cusco. Daar ontstond een boeiend dialoog met de douane beambte die trachtte "Willem Heijboer" uit te spreken. Om een idee te krijgen van de rest van dit gesprek verwijs ik jullie naar You Tube: Nieuw Dier - Marko Puskaric.

De vlucht naar Cusco was redelijk spectaculair. In Lima is het volledig vlak, maar binnen 100km rijst de Andes naar hoogtes van 6000 meter. Bij aankomst was het redelijk bewolkt. Terwijl je dan tussen de bergen in vliegt met een airbus, hoop je maar dat de navigatie van de mannen voorin proper werkt. Dit was overigens ook zo, anders had ik dit bericht niet kunnen versturen.

Aangekomen in Cusco werd ik opgehaald door huisbaas Carlo. Een Peruaan met een Argentijnse en Italiaanse achtergrond. Hij liet me het appartement zien, zette een kop cocathee voor me en vertelde me dat ik er een stuk of 10 achterover moest slaan en deze dag relaxed moest houden om hoogteziekte te voorkomen. Iets wat vaak voorkomt hier op ongeveer 3300 meter hoogte.

Gisteren heb ik op de Spaanse school kennis gemaakt met mijn nieuwe ‘klasgenoten' en hebben we een rondleiding door het centrum gehad. In de avonduren zijn we nog een drankje gaan doen, wat erg gezellig is in dit levendige centrum. Vanmorgen ben ik om 7.55 uur met de benenwagen naar het centrum vertrokken voor de eerste Spaanse les. Ik verblijf op ongeveer een half uur lopen van het centrum dus ik voldoe in ieder geval aan de Nederlandse beweegnorm. In de avonduren wordt er wel een taxi geadviseerd. Dit is overigens niet heel vervelend,want deze rit kost welgeteld 3 Soles (0,75 euro).

Alles z'n gangetje hier dus. Ik hoop daar ook. Ik wens alle voetballers/trainers veel succes met de eerste competitiewedstrijden zaterdag.

Suerte!

Volgende pagina »

Laatste reisverhalen

Alle reisverhalen

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Brazil

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: